HCM

Hartproblemen bij de kat

Veruit het meest voorkomende hartprobleem bij de kat is een hartspierziekte (- medische term: cardiomyopathie). Er zijn verschillende soorten hartspierziektes, maar in 99 % van de gevallen gaat het om een verdikking van de hartspier. De officiële benaming van deze ziekte is hypertrofische cardiomyopathie (HCM), letterlijk vertaald: verdikte hartspierziekte.
Er wordt geschat dat 5% van alle katten op een moment in zijn/haar leven een hartprobleem krijgt. Dat is veel! En helaas wordt dit vanwege erfelijke problemen alleen maar meer…..

De werking van het gezonde hart
Het hart is een pomp die de bloedsomloop (medische term:circulatie) in het lichaam verzorgt. Net als bij mensen heeft het hart van een kat vier compartimenten: de rechter boezem, de rechter kamer, de linker boezem en de linker kamer. Vanuit diverse grote aderen komt het bloed uit het lichaam in de rechter boezem terecht. Dit bloed bevat weinig zuurstof want dit is dan reeds opgebruikt door de organen in het lijf. De rechter boezem stuwt dit zuurstofarme bloed naar de rechter kamer. Door het samentrekken van de rechter kamer wordt het bloed naar de longslagader gepompt. Hierbij wordt het bloed door de longen van zuurstof voorzien en vervolgt het zijn weg naar de linker boezem. De linker boezem stuwt dit, ondertussen weer zuurstofrijke, bloed naar de linker kamer. Welke op zijn beurt door samentrekking het zuurstofrijke bloed de grote lichaamsslagader (medische term:aorta) inpompt. Vanaf hier stroomt het bloed door de verschillende organen om zich via de holle aders weer te verzamelen in de rechter boezem. De hartkleppen zorgen er voor dat het bloed maar één kant uit kan en verhinderen dat het terugstroomt.

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
Voor de meeste spieren in het lichaam geldt, hoe meer ontwikkeld ( en hoe dikker) des te beter de spieren functioneren. Helaas geldt dat niet voor deze aandoening. De hartspier wordt weliswaar dikker, maar deze verdikking zorgt ervoor dat de wand minder soepel wordt. Hierdoor kan de hartkamer zich minder goed vullen en kan er een slechts een kleinere hoeveelheid bloed worden rondgepompt. Daarnaast gaat de doorbloeding van het hart zelf sterk achteruit en ontstaat er zuurstoftekort in de spiercellen van het hart. De belangrijkste en meest voorkomende verdikking in de hartspier bevindt zich in de wand van de linker hartkamer ( linker ventrikel). Omdat alle kamers en boezems in het hart met elkaar in verbinding staan heeft het gevolgen voor het gehele hart. Doordat de linker boezem harder zijn best moet doen om voldoende bloed naar de linker kamer te laten lopen, vergroot de linker boezem uiteindelijk. Deze vergroting kun je meten en is een van de maatstaven, die de ernst van de het hartprobleem aangeven. Doordat de wand van de linker kamer verdikt wordt de uitstroom van het bloed uit de linker kamer naar de lichaamsslagader soms bemoeilijkt, waardoor de hartkleppen kunnen gaan lekken­­­.

Wat zie je aan een kat met HCM?
In eerste instantie hoeft de kat er niets van te merken. Katten zijn hele lastige hartpatiënten voor de dierenarts en uiteindelijk ook voor de baasjes. Katten houden zich vaak niet aan de ‘klassieke’ klachten, die een hartpatiënt heeft, zoals hoesten door vocht achter de longen of verminderde conditie. Helaas komt de ‘plotselinge dood’ door deze hartziekte nog heel veel voor bij de kat. Dat betekent dat een kat een vergevorderde hartziekte onder de leden kan hebben en dat wij er als baasje en als dierenarts niets van merken!
Gelukkig is dit niet bij alle katten het geval en kan de ziekte vaak voortijdig worden opgespoord en behandeld. Door de bovengenoemde lekkage van de kleppen, kan er door de dierenarts een hartritmestoornis of een hartruis gehoord worden. Deze hartruis is echter niet bij alle HCM-patiënten waar te nemen. En niet elke hartruis is HCM!
Als de kat wel verschijnselen gaat vertonen, dan is dit meestal tussen het 2e en 6e levensjaar. Eerder of later kan ook. De kat past zijn levensritme aan, aan zijn slecht functionerende hart en vermijdt inspanning . Daarom kan er door de eigenaren een slechte conditie worden opgemerkt. De kat kan een slechtere eetlust hebben, zich minder goed verzorgen en te sloom zijn. Zoals bijvoorbeeld als een nog relatief jonge kat snel moe of buiten adem is na het spelen of helemaal niet meer speelt. Maar alle katteneigenaren weten hoe moeilijk het is om dat goed vast te stellen, aangezien veel dieren graag 18-20 van de 24 uur lekker liggen te slapen of te relaxen.
In het eindstadium van de ziekte kunnen er ook benauwdheidsklachten ontstaan. Deze kunnen geleidelijk of juist ook plotseling tot uiting komen. Benauwde katten ademen sneller en geforceerd, dit zie je omdat niet alleen de borstkas dan op en neer gaat, maar ook de hele buik meebeweegt met de ademhalingsbewegingen. Normaal ademt de kat alleen door de neus, maar bij gevorderde benauwdheid ademt de kat door de mond. Door de veranderingen in het hart komt er vocht in de borstholte, wat de ruimte van de longen inneemt. De longen kunnen zich daardoor niet meer ontplooien en de kat kan niet goed meer ademhalen. Dit is uiteraard een heel naar ziektebeeld. In veel gevallen is het mogelijk dit vocht uit de borstholte af te tappen, waardoor de longen direct meer ruimte zullen krijgen en de benauwdheid meteen veel minder zal zijn.
Een ander zeer naar en pijnlijk gevolg van HCM is het ontstaan van bloedstolsels, ook wel trombose genoemd, door de wervelingen in de bloedstroom van het hart. Bij de kat lopen deze bloedstolsels vast in de slagaders van de achterpoten. Daardoor worden de achterpoten plotseling niet meer doorbloed en ontstaat er een zeer plotseling optredende verlamming van één of beide achterpoten. Zoals al gezegd is dit een zeer pijnlijke aandoening bij de kat, welke helaas niet goed te behandelen is. In dit geval is inslapen de enige dierwaardige oplossing.

Hoe stel je HCM vast?
De enige manier om vast te stellen dat de hartspier te dik is, is door middel van echoscopie van het hart. Tijdens deze echo wordt er dan ook meteen gekeken naar de rest van de hartfunctie en in het bijzonder of er kleplekkages bestaan en de linker boezem vergroot is.

Door middel van röntgenfoto’s van de borstholte kan er bekeken worden of het hart reeds zo ernstig in de problemen is dat er vocht in of achter de longen is opgehoopt en of er verdere verschijnselen zijn van hartfalen.
Met een hartfilm (ecg) kan vastgesteld worden of de hartspierveranderingen voor hartritmestoornissen zorgen.
Een bloeddrukmeting kan zinvol zijn om een te hoge bloeddruk, veroorzaakt door de hartproblemen, te diagnosticeren.

Kan HCM behandeld worden?
Het antwoord op deze vraag is niet gemakkelijk eenduidig te stellen. Ja, in principe kan HCM behandeld worden, maar het is helaas niet te genezen. De hartspierfunctie kan ondersteund worden, maar hoe dat gebeurt en het effect hiervan verschilt per patiënt. Dat betekent dat er geen ‘standaard’ behandeling voor ‘de HCM-patiënt’ bestaat, maar dat de therapie bij elke individuele patiënt moet worden vastgesteld. De behandeling hangt onder andere af van de ernst van de verdikking van de hartspier en het verdere effect hiervan op de rest van het hart. Namelijk het wel of niet aanwezig zijn van kleplekkage,obstructie van de uitstroomopening van de aorta, vergroting van de linker boezem, de hartfrequentie en nog een aantal factoren.
Daarnaast verschilt de behandeling wezenlijk als er reeds ‘hartfalen’ is. Hartfalen treedt op in het gevorderde stadium van de ziekte en is de situatie wanneer het hart alle veranderingen niet meer goed kan opvangen met zijn eigen ‘redmiddelen’, bijvoorbeeld door harder te gaan kloppen. Bij hartfalen zien we aan de kat symptomen zoals beschreven, verminderde conditie en soms optredende benauwdheid door vocht achter de longen.
Wat ook meeweegt in de overweging om te starten met medicijnen is de mate en de snelheid waarmee de verdikking zich ontwikkelt. Dit noemen we de ‘progressie’ van de ziekte. Dit wordt gemeten door de echo na een bepaalde periode ( 3-12 maanden) te herhalen. Wanneer de hartspier in die periode niet verder verdikt is, dan noemen we de ziekte bij die patiënt niet-progressief of stabiel. Maar wanneer er juist wel een duidelijke verdikking plaatsvindt, dan is er sprake van een progressieve vorm van HCM en zal er sneller medicatie worden geadviseerd.
De specifieke hartmedicatie wordt hier verder niet in besproken, maar als er verdere informatie hierover gewenst is, dan willen we hier uiteraard graag meer uitleg overgeven.

Wat is de levensverwachting van een kat met HCM?
Soms wordt de diagnose HCM als toevalsbevinding gesteld. De kat heeft geen enkel symptoom passend bij een hartprobleem, maar bij een lichamelijk onderzoek wordt een hartruis gehoord en na een cardiologisch onderzoek wordt vastgesteld dat uw kat HCM heeft. Als de veranderingen in het hart slechts gering zijn, de hartfunctie nog normaal is en de kat geen last lijkt te hebben van de hartziekte, dan wordt in veel gevallen geen verdere behandeling ingesteld. Het is wel van belang om een hartziekte met zekerheid vast te stellen of uit te sluiten, omdat bepaalde medicijnen of narcosemiddelen een acute verslechtering van de hartziekte kunnen veroorzaken. Omdat de ziekte gedurende het leven meestal verdere schade aan de hartspier toebrengt, adviseren we altijd controle-onderzoeken om het verloop van de verslechtering in kaart te brengen. Omdat katten met hartproblemen vaak in eerste instantie niets laten merken, kunnen echografische veranderingen ons waarschuwen voor problemen die op korte termijn kunnen ontstaan.
Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn dat HCM bij de kat een ziekte is met vele uitingsvormen. Er zijn katten met HCM die een ogenschijnlijk normaal leven leiden en probleemloos oud worden. Er zijn ook katten met HCM die op jonge leeftijd al ernstige problemen krijgen. Met onze huidige kennis over HCM bij de kat is het moeilijk voor een individueel dier de levensverwachting te voorspellen. Door intensieve begeleiding en controle kunnen we trachten de hartfunctie van de kat zo goed mogelijk te ondersteunen en de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te houden.

Welke katten krijgen HCM en hoe wordt het veroorzaakt?
Het ontstaan van HCM bij de kat is nog niet in alle details opgehelderd door de wetenschap. Wel is onomstotelijk bewezen dat er een grote erfelijke component aanwezig is. Daarom zijn er ook bepaalde kattenrassen waarbij dit veel voorkomt. Eigenlijk zijn alle kattenrassen reeds aangedaan. Tot voor kort was de Siamees hierin nog een positieve uitzondering, maar helaas is dat nu ook niet meer zo. In onze praktijk zien we HCM het meeste bij de Britse Korthaar, de Europese Korthaar, de Pers en de heilige Birmaan. In de literatuur wordt de Ragdoll veelvuldig genoemd en in Amerika is vooral de Main Coone aangedaan.
Zowel voor de Maine Coon als voor de Ragdoll zijn er gentesten beschikbaar die de aanwezigheid van één bepaalde puntmutatie (kleine afwijking in het erfelijk materiaal) kunnen opsporen. Deze test is betrouwbaar om de aan- of afwezigheid van deze puntmutatie aan te tonen, maar uit onderzoek is gebleken dat het hebben van deze mutatie niet zo veel zegt over de aan- of afwezigheid van de hartziekte. Met andere woorden, er zijn vele gentest positieve dieren die geen HCM hebben en er zijn vele gentest negatieve dieren die wel HCM hebben. Dit valt te verklaren door het gegeven dat er waarschijnlijk honderden verschillende mutaties zijn op meerdere genen (zoals bij de mens).
Screening van ‘ouder-dieren’ op HCM is een goede stap in de richting voor fokkers. Wel is het goed om te beseffen dat dit geen volledige zekerheid geeft. Omdat het echoscopische onderzoek van het hart altijd een momentopname blijft. Een 3 jarige dekkater kan negatief op HCM zijn bij de echo, maar het volgende jaar wel een te dikke hartspier hebben ontwikkeld. Naast de screening via echo, blijft dan ook het vervolgen van de nakomelingen belangrijk.
De hierboven besproken vorm van HCM is de ‘primaire’ vorm. er bestaat echter ook een ‘secundaire’ vorm en deze wordt veroorzaakt door ziektes aan andere orgaansystemen in het lichaam, zoals bijvoorbeeld een te hardwerkende schildklier of een te hoge bloeddruk. Het kan dan ook belangrijk zijn om de schildklierfunctie en de bloeddruk te bepalen bij patiënten. Daarnaast is het belangrijk om te realiseren dat bijvoorbeeld ook bijvoorbeeld uitdroging bij de kat een te dikke hartspier op het echobeeld kan veroorzaken.