Hoe kan ik mijn kat beter begrijpen…?

Lezen van de kat.. kat-onder-mat

Het begrijpen van katten begint met het verdiepen in de manier waarop een kat de wereld om hem heen ervaart..

Het is belangrijk, voor thuis maar zeker voor ons op de praktijk, dat we de kat kunnen “lezen”. Als eerste omschrijf ik in het kort normaal kattengedrag (soorteigen gedrag) en kattentaal. En uiteindelijk enkele probleemgedragingen. Ook zal ik beschrijven hoe het beste (voor de kat) met de poezels om te gaan op de praktijk. In de opname en in de spreekkamer.

Er bestaat een sociale systeem, sociale status, sociale eenheid. Hier ga ik niet verder op in, mocht er belangstelling zijn, heb ik leesmateriaal.. Wat wel relevant is om te weten is het sociale gedrag, seksuele gedrag, Leefgebied en territorium, Communicatie, geuren en ontlasting, geurklieren, geluiden en jagen. Maar eerst een aantal basisdingetjes..

Zicht: katten zien minder kleuren en vormen dan wij. Het oog is ontworpen op jacht in schemering. Oog van de kat is gevoelig voor blauw en groen, geen rood. Wij mensen zien drie kleuren. Beweging en licht (nachtvisie). Kat ziet kleine details niet scherp, ook niet van heel dichtbij.

Gehoor: Oren ontworpen om prooi goed te kunnen lokaliseren. Oren kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen en zowel hoge als lage frequenties hoorbaar. Hogere frequenties dan mensen, is een aanpassing aan de jacht op knaagdieren.

Tastzin: Naast snorharen ook tastharen op poten. Tastharen reageren gevoelig op aanrakingen of temperatuurverschillen. Kunnen bewegen en worden gebruikt bij inspectie van een prooi en ter oriëntatie.

Reuk: Betere reukzin dan de mens. Neus wordt gebruikt voor herkennen van voedsel en seksuele geuren, Niet voor het volgen geurspoor prooi. Niet alle geuren worden waargenomen door de neus. Het orgaan van Jacobson neemt Feromonen waar door te flehmen.

De kat is een solitair dier. Niet zoals de hond een groepsdier is.

*Katten jagen en verdedigen alleen zichzelf. Ze kennen geen gezamenlijk vluchtgedrag. Ze kennen geen overgavegedrag en ze zijn territoriaal ingesteld.

Katten kunnen wel in een groep leven. Zwerfkatten of boerderijkatten. Meestal zijn dit poezengroepen. Het is afhankelijk van de voedseldichtheid. Als ze moeten jagen < katten per m2 en als ze gevoerd worden > katten per m2.

Onder Sociaal gedrag verstaan we: Gezamenlijk slapen, elkaar verzorgen en tegen elkaar aanwrijven. Vriendelijk begroeten na afwezigheid, naast elkaar rennen en spinnen, tegen elkaar aanwrijven met omhoog geheven staart en samen spelen. Neus-neus contact. Op 2 tot 4 jarige leeftijd sociaal volwassen. Als kitten spelen ze geluidloos. De functie hiervan is om te oefenen voor ‘echte’ conflicten later. Geen nagels, leren een bijtrem, wisseling van rol. Gebeurt dit later wel, dus geen bijtrem en met nagels, dan zijn ze niet goed gesocialiseerd.

Dienstregeling: Katten hebben een soort van dienstregeling/uitgaansrooster. Ze maken onderling afspraken over wie, waar en wanneer loopt, ligt of slaapt. Dit gebeurt met meerdere katten in 1 huis en dit gebeurt ook met buurtkatten. Zo voorkom je conflicten! Is er buiten een geschreeuw, dan heeft er een zich niet of niet wetend aan de afspraak gehouden. Of deze bevindt zich op een territorium van een andere kat. Katten gaan het liefst conflicten uit de weg. Gebeurt dit buiten toch? Dan is er vooraf al heel wat gebeurd.

Jagen: Katten hebben verschillende soorten prooi. Ze kunnen zich specialiseren in bepaalde typen prooi. De hoeveelheid tijd die een kat per etmaal aan de jacht besteed verschilt per individu., per sekse, hoeveelheid voer wat ze krijgen, sociale status en per seizoen. Het kan variëren tussen de 0 en 46 % van 24 uur. Katten zijn over het algemeen meer en langer actief gedurende de lente en zomer dan in de herfst en winter. En hoewel katten solitair jagen, blijkt dat gezamenlijk erop uit trekken ook af en toe plaats vindt.

Binnenkatten; Meer en meer katten worden binnen gehouden. Op zich hoeft het geen probleem te zijn als er maar wel gedacht wordt aan de kwaliteit van de ruimte en dat de katten hun natuurlijke gedrag moeten kunnen vertonen. Het grootste probleem van binnenkatten is verveling, waardoor veel gedragsproblemen kunnen ontstaan. Als een kat niet kan jagen of exploreren> Frustratie(van behoeften) en verveling(=gebrek aan prikkels en stimulatie)…Agressie, slopen en afwijkend gedrag(BV staartjagen). Gemiddeld 2 x 15 minuten spelen per dag, zeker bij jonge katten. Voorzien in jacht-en exploratie behoeften:: Toegang tot buiten geven, spelen, laten werken voor eten, mentale bezigheden, speelgoed en soms is een andere kat een oplossing. Klimmen en krabben:: Katten vinden het fijn om hoog te kunnen zitten, uitzichtposten te hebben, dus bijvoorbeeld hoge klimpalen. Degelijke krabpalen op strategische plekken plaatsen, buiten/binnen, beneden/boven, langs paadjes, dichtbij slaapplaats. Wordt dit niet geboden dan is de kans groot dat de bank als krabplek wordt beschouwd en de gordijnen om hoog te kunnen komen.. Er worden ook steeds meer katten bij elkaar gehouden. Als katten elkaar niet uit de weg kunnen gaan of zich niet terug kunnen trekken> sociale stress.. Agressie, sproeien, afwijkend gedrag ( bijvoorbeeld overmatig likken). Dus er moet rekening worden gehouden met manier van samenleven: Uitbreiden (verticale ruimte). Meerdere bronnen op verschillende plekken> Water/voer/kattenbakken/slaapplekken EN voldoende schuilmogelijkheden.

Katten zijn territoriaal. Ze hebben een leefgebied en een territorium.

*Leefgebied: De meeste dieren hebben een leefgebied. Dit is een gebied waarin ze geregeld lopen, exploreren en jagen. Deze gebieden kunnen overlappen met die van andere katten. Dat is een algemeen patroon bij gedomesticeerde katten. Bij katers is er ook een overlap tussen de leefgebieden, maar de leefgebieden van de poezenkolonies(zwerfkatten) is hier ook in opgenomen. Een individuele kater kan de topkat zijn in een aantal vrouwenkolonies, maar een perifere kater in andere kolonies. Grootte is afhankelijk van de hoeveelheid en verspreiding voedsel. Gevoerde katten 0,1-0,8 hectare en katten in het wild 270-420 hectare. Het geslacht van de kat en de poezendichtheid en verspreiding.

*Territorium: Een territorium is meestal een kleiner gebied, dat wordt verdedigd tegen indringers, ook naar soortgenoten. De territoria van poezen overlappen meestal niet maar kunnen wel gedeeld worden ( meestal nakomelingen en kittens). Als er voldoende voedsel aanwezig is, blijven de vrouwelijke nakomelingen tot hun dood in dezelfde kattenkolonie.

Binnenkatten hebben individuele maar overlappende leefgebieden, maar de leefgebieden van de katers zijn wat groter dan die van de poezen.

Seksueel gedrag: Poezen kiezen niet de kater die haar zal dekken. Deze wordt gedekt door de meest ‘dominante’ kater die op dat moment beschikbaar is. Als de topkat niet aanwezig is , zal de ondergeschikte kater die in de periferie van de poezenkolonie leeft, haar dekken. Meestal wordt de poes door meerdere katers gedekt. Hier zijn een aantal redenen voor: Dekkingen door meerdere katers geeft een nestje met een grote genetische variatie. Er zal spermacompetitie optreden. Het is bij een nestje onduidelijk wie van welke de vader afkomstig is, waardoor agressiereductie van de kater zal optreden. De verwantschap tussen de verschillende poezen zal hierdoor worden verkleind.

Communicatie:

*Visueel d.m.v. lichaamstaal. * Vocaal d.m.v. geluiden. * Tactiel d.m.v. aanraken * Olfactorisch d.m.v. geuren.

Olfactorische communicatie: Afzetten van geuren is zeer belangrijk bij katten. Ze zetten geuren af om: Territorium te markeren, seksuele status te communiseren en om een groepsgeur te creëren. Ze zetten geuren af door te wrijven, door te krabben, met urine> sproeien en met ontlasting. Urine speelt een rol in het reguleren van het sociale gedrag, o.a. het afzetten van territorium. Wat nog niet goed onderzocht is of de geur van ontlasting in de kat-kat relatie en het al dan niet begraven van ontlasting is onvoldoende onderzocht. Krabben is bedoeld om geur af te zetten. Als er lang gekrabd wordt hebben we ook te maken visuele signalen. Het is een combinatie van visuele en reuksignalen. De geur wordt afgezet door geurklieren in de poten.

Geurklieren: Feromonen worden o.a. afgescheiden door het wrijven van geurklieren tegen bepaalde objecten. De geurklieren zitten o.a. aan de kin en de hoeken van de lippen, tussen oog en oor en de basis van de staart en voetzolen. Ze beginnen met hun kop en eindigen met de basis van de staart. (Tactiele communicatie). Het materiaal dat wordt afgescheiden is vettig en ruikt sterk. Bij poezen is de geur afhankelijk van het feit of ze krols zijn. Er is een verschil tussen feromonen en allomonen. Allomonen worden gebruikt in de communicatie met leden van een andere soort. Feromonen worden waargenomen door orgaan van Jacobson door middel van flehmen. Feromonen geven informatie over o.a. Territoriale grenzen, seksuele status en de gemoedstoestand.

Vocale communicatie: Miauwen: krolse poes, kat in nood, aandacht (aangeleerd). Bij Agressie: Grommen, blazen, krijsen en spugen. Spinnen: Start bij 1 week oude kittens, gaat vaak samen met ‘melktrappelen’.

Geluiden: Geluiden zijn erg belangrijk in de wereld van de kat. Ze kunnen ook goed horen wat ook van belang is bij de jacht. Hoge tonen worden beter gehoord dan de hond of mens. Spinnen wordt gebruikt als ze behoefte hebben aan menselijk contact, als ze hulp nodig hebben EN als methode om zichzelf gerust te stellen. Dus de spinnende kat op de behandeltafel is veel minder op zijn gemak dan we dachten.

Visuele communicatie:

Lichaamstaal: katten kunnen zich door middel van lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen hun gemoedstoestand laten zien.

Herkennen van angst:

* Vergrote pupillen

* Platte oren en (platte pet bij angstagressie)

* Verkrampt lichaam

* Snorharen naar achteren

* Blazen

* Tongelen, smakken en bek aflikken (Stress)

* Houding laag / in elkaar gedoken

* Vermijdingsdrang

* Vluchten, laag bij de grond

* Eventueel defensieve agressieve gedragingen

Vergrote pupillen is niet altijd angst! Wanneer katten iets stelen (bijvoorbeeld eten) en wanneer ze spelen zie je ook vergrote pupillen.

Belangrijk bij angstige katten dat ze een schuilplek hebben. Vluchtmogelijkheden. Hebben ze deze niet, wat wij vaak in de praktijk/opname zien, is het enige wat ze nog kunnen doen…agressie inzetten. Kat in het nauw maakt rare sprongen!

Herkennen van agressie:

* Smalle pupillen

* Oren naar opzij gedraaid ( niet laag)

* Fixeren (langdurig ononderbroken aanstaren/oogcontact)

* Zwiepende staart ( niet alleen bij agressie)

* Nek naar voren, wanneer kat loopt

* Achterkant kat hoger dan voorkant

* Staart recht naar beneden

* Offensieve gedragingen, GEEN ANGST

* Blazen, grommen, janken, krijsen, sissen, spugen, fixeren, uithalen/slaan met poot (versnelde beweging,meestal met nagels), bijten,(of poging tot bijten), vechten.

Alle katten kunnen agressie vertonen, of het nu dreigen of daadwerkelijk aanvallen is. Toch zijn katten over het algemeen conflictvermijdend van aard. Zij zullen ongewenste situaties liever ontlopen dan openlijk agressie inzetten. Inzetten van agressie om een bepaald doel te bereiken kan de kat controle geven over zijn omgeving. Ondanks dat het gedrag voor de kat functioneel kan zijn, is het belangrijk om te checken of de agressie stress en angst met zich meebrengt. ( Voor de kat zelf maar ook voor de omstanders) Agressie verergert vaak, dus ook het vertonen van dreiggedrag zoals blazen is een teken dat een kat het stadium van “conflictvermijden”al is gepasseerd.

Er zijn verschillende vormen van agressie. Door middel van vragen die ik stel en waarnemingen kan ik bepalen om welke vorm het gaat en hier therapie op toe passen. Hoe eerder de behandeling/therapie, hoe groter de kans op succes.

Gedraaide oren niet altijd agressie! Tijdens het krabben (bijvoorbeeld aan krabpaal) of tijdens het snuffelen (bijvoorbeeld aan andere kat) zijn de oren ook opzij gedraaid.

Agressie remmend gedrag… Uitrekken, gapen, knipogen(heavy eye blink), mogelijk wassen. Vaak te zie na het eten.

Heksenrug: Een van de eerste houdingen die een kitten leert. Dreighouding vaak door schrikken, dreigen met postuur. Dan zijwaarts bewegen naar anderen. Hoge rug en haren overeind.

Lig- en zithoudingen: Er is een stress-score test. Score 1 tot en met 7. Verschillende houdingen en signalen. Wanneer katten “relaxed”zijn liggen ze op hun zij of rug.( Score 1) Of zittend door de pootjes heen en voetjes onder het lichaam gevouwen. (Score 2) Wanneer katten minder relaxed zijn zie je dat de kat nog op de voetjes leunt. Voetjes nog ”gewone stand”. (score 4). Klimt de kat tegen de mueren op..(score 7).

Staart: Omhoog..Ik wil geaaid worden. Omlaag..(schuin naar beneden)..Misschien wil ik geaaid worden. Zwiepende staart..Opwinding ( kan ook bij zien van een vogeltje).

Herkennen van stress: Acute stressignalen

* Bek aflikken / tongelen

* Pootje heffen

* Siddering door rug

* Uitschudden

* Trillen

* Hijgen

* Gapen

Stress is een lichamelijk proces en is nodig om goed te functioneren. Kortdurende stress is normaal, als er iets spannends of afwijkends of iets nieuws gebeurt. Stress kan ook positieve stress zijn, wanneer een kat bezig is een muis te vangen bijvoorbeeld. Als we kittens vanaf de geboorte tot aan 5 weken dagelijks gedurende een korte periode vastpakken en een gevarieerd aanbod aan stimuli bieden, is hun zenuwstelsel eerder volgroeid en hun motorische en lichamelijke ontwikkeling gaat sneller in vergelijking met dieren die minder gestimuleerd zijn. Daarnaast hebben ze meer zelfvertrouwen, zullen ze eerder de omgeving onderzoeken en zijn ze sosciaal vaardiger. Dit effect kan verklaard worden doordat het vroeg en regelmatig vastpakken van de kitten in combinatie met de acute stress, ervoor zorgt dat het hypofyse-bijniersysteem zich aanpast waardoor het kitten later beter met stressvolle situaties om kan gaan. Stress ontstaat als de situatie onvoorspelbaar en/of oncontroleerbaar is.

Bij Chronische stress zijn er veel stressignalen en of gedragsveranderingen.

* Schrikkerigheid en alertheid

* Verstoppen en terugtrekken

* Minder spelen en exploreren

Een dier dat chronische stress heeft kan ziek worden, gedragsproblemen gaan vertonen of afwijkend gedrag ontwikkelen. Bijvoorbeeld Pica..het eten van vreemde voorwerpen. Staartjagen. Kauwen op snorharen,poten en/of staart. Haar plukken of dwangmatig likken van een bepaalde plek van de huid. Deze gedragingen zullen door de verslavende opioiden (stoffen die het lichaam zelf aanmaakt) en ook de kalmerende effecten van opioid er voor kunnen zorgen dat deze katten kunnen omgaan met de stressvolle omstandigheden. Door het belonend effect van deze stoffen zal het gedrag echter steeds meer verergeren. Chronische stress bij katten wordt gezien dat het veelal veroorzaakt wordt

door het houden van te veel katten op een te klein oppervlakte en verveling. Kat is NIET in staat om zich aan te passen aan omgeving. Kan hier niet mee omgaan…

Er zijn vele oorzaken die stress geven bij de kat. Veel lichamelijke klachten zijn het gevolg van chronische stress. Het is belangrijk dat dierenartsen ook doorvragen tijdens consult.. en dan is gedragstherapie of advies nodig. Om de oorzaak aan te pakken..

Oorzaken van stress kunnen zijn..

* Verhuizing/verbouwing

* Eigenaar andere routine of scheiding

* Andere huisdieren

* Te veel katten in huis, ook buurtkatten

* Kat erbij of kat weg, introductie van katten

* Inconsequente omgang

* Harde geluiden

* Straf

* Verveling en frustratie

* Kattenbakmanagement