Inschattingsfout

Inschattingsfout

Het was zaterdagavond en ik zat net met ons gezin aan “Weet ik veel” mee te doen toen de diensttelefoon ging. De dierenambulance had een ernstig gewonde aangereden kat opgepikt en kwam samen met de eigenaar naar de kliniek. Er was haast geboden. Ik stapte meteen in de auto en bevestigde het zwaailicht op het dak. Bij aangereden dieren kan elke minuut die je sneller met behandelen kunt beginnen essentieel zijn. We kwamen tegelijkertijd aan. Zoals altijd bij aangereden dieren verkeerde iedereen in opgewonden staat. De vrouwelijke eigenares, een dame van schijnbaar middelbare leeftijd, met een paarse fluwelen jurk, meerdere zijden shawls en rode vetertjes in het haar geknoopt werd vergezeld door haar zoon. Zij was in alle staten, maar de jonge man was gelukkig vrij rustig. De ambulancemedewerker hield de paniekerige kat Siepie vast. Hij was aangereden aan zijn kopkant. Alle hoektanden waren afgebroken, hij zat onder het bloed en hij had een gebroken kaak. Eén oog puilde uit door een zwelling achter de oogkas. Wellicht zaten daar ook nog fracturen. Hij mauwde klagelijk. Het was amper om aan te zien. Maar we weten dat er bij snel ingrijpen goede mogelijkheden zijn. Desalniettemin zei de vrouw: “Het liefst wil ik dat u hem in laat slapen. Ik wil niet dat hij zoveel pijn heeft.” Ik zag echter kansen en probeerde ze te overtuigen om er in elk geval 24 uur voor te gaan, terwijl we Siepie dan goed onder de pijnstilling zouden houden. “Gaat u even met uw zoon overleggen in de wachtkamer, dan breng ik vast een infuus met morfine aan.” Ze keek me stomverbaasd aan: “Mijn zoon?? Mijn zoon?? Wie bedoelt u? Dit is mijn man!” Even dacht ik dat ik door de grond ging zakken. Waarom zei ik ook zoiets? Waarom hield ik me niet gewoon op de vlakte? Waarom zo’n gevaarlijke uitspraak? Dat moest gewoon met de stress van het moment te maken hebben. De ambulancemedewerker proestte het uit van het lachen. De ‘zoon’ stond een beetje beteuterd te kijken en de dame zei glimlachend dat ze nou eenmaal een veel jongere man had. En dat het dus niet altijd omgekeerd is. Uiteindelijk besloten ze dat ik mocht beginnen met behandelen. Gelukkig maar. Na het aanbrengen van het infuus kon ik Siepie verdoven. Toen hij sliep lukte het mij om de kaak te reponeren en vast te zetten. De hoektanden waren verloren, sleep er de scherpe kantjes vanaf en legde een beschermingslaag over de wortelkanalen. De bobbel achter het oog was een bloeding; die kon ik enigszins wegnemen door het te puncteren. De bloedneus was snel te stelpen. Hierna waste ik hem helemaal schoon en zag Siep er al veel beter uit. En soms zit het dan werkelijk helemaal mee: Deze ijzersterke kat begon dezelfde avond al voorzichtig te eten. En een dag later mocht hij al naar huis om daar verder aan te sterken. Zijn herstelkansen had ik gelukkig wel goed ingeschat.