Johan Duiff

Mijn dochter ging met haar klas zes dagen naar Rome en ik zou haar naar Schiphol brengen. Ze moest om vijf uur verzamelen in de vertrekhal. Om kwart voor vier stonden we op , want ze moest nog wel aan haar make-up werken. Ze mocht een koffer met 23 kg bagage meenemen; voor een kleine week. Dat moest toch ruim voldoende kunnen zijn. Het bleek echter dat ze maar krap een pondje speling had. Haar hele kledingkast inclusief vier paar schoenen ( “je weet maar nooit”) en drie jassen was vacuüm in de koffer geperst.   Ik had die nacht dienst maar was wonder boven wonder niet gebeld. Half vijf zaten we in de auto om op tijd aan te gaan komen op het vliegveld. “Heb je gisteren nog wat leuks beleefd?” vroeg ze? Ik hoefde daar niet lang over na te denken. Ik vertelde over de man die met zijn duiven kwam om ze te laten inenten. Duiven die meedoen met wedstrijdvliegen moeten allemaal gevaccineerd zijn tegen paramyxo-virus. Meestal komen mensen dan in de praktijk en halen één voor één de duiven uit een mand en laten ze dan voorzichtig in de nek vaccineren. De eigenaar die vandaag met de duiven kwam wilde dat ik ze buiten behandelde met de vaccinatie waarna hij ze zou loslaten. Ik vond dat in eerste instantie vreemd , maar toen ik erover nadacht realiseerde ik me dat het eigenlijk heel normaal was. Als duiven in staat zijn om ongeveer 750 kilometer vanuit Zuid Frankrijk te vliegen en dan precies naar het juiste huis terug te komen is het natuurlijk slechts een soort trainingsvlucht als ze vanaf de praktijk naar huis moeten vliegen. Bij iedere duif had de man een interessant verhaal te vertellen. Hij wist de afstamming , de winkansen , de karakters; alles kon hij erover vertellen. Elke duif die ik had gevaccineerd gooide hij met een stevige worp de lucht in en ze vlogen recht omhoog weg. En toen kwam de duif der duiven. Zijn ultieme kampioen. Zijn winnaar van alle prijzen. Hij deed hem nog niet weg voor honderdduizend euro, zei hij. Voorzichtig aaide de man het glanzende nekje. De veren toonden zich staalblauw en glinsterden als pas gepoetst zilver. Hij gaf de duif een zoen en zei: “Dit is Johan, mijn toppertje; doe voorzichtig”. Met de grootst mogelijke oplettendheid gaf ik de injectie onder de huid. Het was goed gegaan. De man wierp de duif een soort van horizontaal weg. Laag over de grond scheerde de vogel de Trompstraat uit richting Weeresteinstraat.  Ik hoorde een bus aankomen van links en mijn hart stond stil. Met ijzingwekkende snelheid stoof de duif op de bus af. Ik voorzag een fatale botsing met desastreuze gevolgen. Ademloos keken we naar het onvermijdelijke. Maar werkelijk net voor het moment van te pletter vliegen veranderde Johan van koers en steeg bijna loodrecht op richting de wolken. De bus passeerde ongehinderd en Johan was op weg naar huis. Zelden ben ik zo bang geweest dat een dier zou verongelukken. Twee weken later won Johan de vlucht vanuit Biarritz!