Negen levens

Ik was in Nieuw Vennep bezig met het spreekuur en onderzocht een ratje met een gezwel ter grootte van een mandarijn . Het hele gezin was meegekomen omdat ze met het ergste rekening hielden. Gelukkig kon ik ze nog een operatie aanbieden. Terwijl ze erover aan het nadenken waren hoorde ik een enorm gegil in de wachtkamer. Ik deed de deur open en er stond een dame die totaal overstuur was. Ze had een slappe kat in haar handen en gilde dat hij uit het raam was gevallen. Ze draaide zich om en wees naar adem snakkend naar een soort flatgebouw aan de overkant van het parkeerterrein. Ik zag een gebouw dat zeker 20 meter hoog was en ik dacht alleen maar: dit kan niet waar zijn. De mensen met het ratje verzocht ik even naar de wachtkamer te gaan en de gevallen kat riep ik naar binnen. Eerst vertelde ze hortend en stotend haar verhaal. Ze was de kamer binnengekomen en zag de kat in de vensterbank voor het open klapraam liggen. Meteen dacht ze: dit is een catastrofe! Impulsief wilde ze schreeuwend reageren, maar ze besloot heel rustig te blijven en naar haar kat toe te lopen. Hij zag haar komen, rekte zich uit, draaide zich om en gleed over het raamkozijn naar het schuine dak. Toen gilde ze natuurlijk wel in blinde paniek en rende naar het kantelraam. Nog net zag ze haar kat met grote pupillen en twintig nagels schrap zettend van de leistenen dakbedekking afglijden. Een scene uit een horrorfilm. In een ‘split second’ wist ze dat dit foute boel was en ze rende naar de deur en vloog de trappen in het trappenhuis af. Ze stoof naar buiten en rende om het gebouw heen en daar zag ze haar kat liggen, in het struikgewas. Kermend miauwend en niet in staat om te lopen. En zo had ze hem opgepakt en was naar de kliniek gerend. Ik onderzocht Zwartje nauwkeurig en er leek wonder boven wonder geen sprake van levensbedreigend trauma. Wel was hij ernstig benauwd en zeer pijnlijk. Hij ademde pendelend. We kwamen overeen dat ik hem zou opnemen , aan het infuus zou leggen en de noodzakelijke medicijnen zou geven en dat ik hem daarna zelf zou meenemen naar Hillegom voor röntgenfoto’s. Op die foto’s bleek dat Zwartje een scheur in zijn middenrif had. Hij moest dus in de zuurstofkooi en zou de volgende ochtend geopereerd worden. Eerst moest hij uit de shock raken. Een dag later zat hij er beter bij, maar ademde hij nog heel moeilijk. Dankzij onze beademingsapparatuur kunnen we ook deze operaties uitvoeren. Een spannende anderhalf uur later zat de scheur in het middenrif weer dicht en waren de darmen, die in de borstholte lagen, weer terug in de buik! Vanaf nu kon het herstel gaan beginnen. Zwartje had een val van 20 meter succesvol overleefd! Hij kon één van zijn negen levens wegstrepen. En dezelfde ochtend mochten we het ratje opereren: en ook zij heeft het overleefd!