Ziek zijn , beter worden

Het was dinsdagavond. Ik was ziek maar slikte antibiotica. Negen uur ’s avonds belde de eerste patiënt. Een kat met een wond. Ik liet ze meteen naar de praktijk komen. Eenmaal in de kliniek kon ik ze niet vinden in ons computerbestand. Ze gingen normaal gesproken altijd naar een andere dierenarts, maar die kregen ze ’s avonds niet te pakken. En de vervanger ook niet. En Amsterdam was wel wat ver. “Nou toen dachten we: Dan gaan we maar naar Hillegom”. De wond was overduidelijk het gevolg van een aanrijding. Het arme dier was over de straat gesleept en er zat veel straatvuil in de wond. Ik besprak de mogelijkheden en we besloten ook een röntgenfoto te maken. Bij een aanrijding kan er ook nog onzichtbare schade zijn. Even later werd mijn angstige vermoeden bewaarheid: de heupkop was afgebroken. Dat zouden we nooit gevonden hebben als we niet ook de röntgenfoto hadden gemaakt. Nou werd het een heel ander verhaal. De grote rafelige, vieze straatwond was ineens ondergeschikt aan het orthopedische probleem. De therapie voor de gebroken heupkop is het verwijderen van het losse stukje. Als we daar de specialist voor laten komen gebeurt het op zijn mooist, maar is het ook vrij kostbaar. We kozen ervoor dat ik een dag later de operatie zelf zou doen. Voor de eerste opvang verzorgde ik de wond, maakte hem schoon en pakte hem in een glycerolverband in. We startten de antibiotica en pijnstillers al en de volgende dag zou ik in één sessie zowel de nare wond als de heup opereren. Terwijl ik de kat naar de opname bracht werd ik weer gebeld. Nou was er een kat hinkelend thuisgekomen. Of ze langs mochten komen. Dat mocht. Ze moest wel even op haar man wachten die de auto had. En ze moest uit Hoofddorp komen. En ze wist de weg niet. Anderhalf uur later kwamen ze binnen. Al die tijd had ik op ze gewacht. Het probleem was meteen zichtbaar. De hak bungelde erbij. Ik verdoofde het pijnlijke dier. Ook hier moesten röntgenfoto’s gemaakt worden om de aard van de breuk te zien. En voor de volledigheid maakte ik ook een foto van de rug en het bekken. Dat was maar goed ook: wederom een heupkopfractuur! De tweede op dezelfde avond! En ook deze was makkelijk te missen geweest. Dit werd helemaal een lastige operatie. Er moesten twee pennen in de groeischijffractuur van de hak en de heupkop moest verwijderd worden. Twee orthopedische ingrepen aan één poot. Ik ‘zette’ de hakfractuur enigszins en verpakte de poot in een tijdelijk spalkverband. Zo kon hij de nacht wel doorkomen. De volgende ochtend zouden de mensen bellen of ze de operaties konden laten uitvoeren. Om kwart voor één werd ik uit bed gebeld voor een kat die in shock verkeerde en vreselijk benauwd was. Na tweeënhalf uur vechten voor zijn leven kwam het pas acht jaar oude dier ondanks zuurstoftherapie, beademing, infuusvloeistof en medicatiegift toch te overlijden. ’s Ochtends vroeg zaten de fractuur katten er kwiek bij, fitter dan ikzelf; als de poezen maar beter zouden worden.